Selecteer een pagina

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de Belgische voetbalcompetitie volledig stil. Het grootste deel van België lag in bezet gebied en alle spoorlijnen werden door de Duitsers gebruikt om troepen en materiaal te transporteren. Veel spelers waren er trouwens niet, de meesten waren gemobiliseerd en zaten in het leger.

Heist – 25 juni 1943

Daar lag hij tussen de stenen die ooit een muur vormden. Om hem heen klonk gegil en het geluid van vallend puin. De zilte zeelucht vermengde zich al snel met de geuren die waren vrijgekomen tijdens het bombardement. Het door hem zo geliefde strand was op nog geen honderd meter afstand. Hij zou de Vlaamse kust nooit meer zien. De geallieerde bombardementen die voor de in aanbouw zijnde Atlantikwall bedoeld waren, hadden hun doel gemist. Het hotel van Hector -Torten voor vrienden- Goetinck werd vol getroffen. Daar tussen het afbrokkelend steen lag de man die de Belgische voetballers een oorlog eerder nog voorging op het voetbalveld. Terwijl zijn collega’s door Duitse mitrailleurs de dood werden ingejaagd, speelde hij met zijn makkers op de voetbalvelden van Milaan, Manchester en Parijs.

Ze waren helden die hun land een goede naam bezorgden. Ze zamelden geld in met die wedstrijden. Het was ook een ideale manier om met regelmaat weg te blijven van die ellendige loopgraven. Maar hij was nu een oorlog verder. Een oorlog die hij niet zou overleven. Een granaatscherf werd de oud-militair fataal. Tussen het neervallende gruis en de zachte stof van een bed blies hij zijn laatste adem uit.

Frans-Belgisch kustgebied – november 1914

Drie jaar eerder had hij voor het laatst een uniform aangehad. Maar nu lag hij in een vaalgroen tenue in het duinzand van Bray-Dunes. In 1906 ging hij voor het eerst in dienst. Zijn voetbalkwaliteiten hadden hem toen een hoop narigheid bespaard. Hij had bij de officieren een streepje voor ten opzichte van zijn medesoldaten en zijn diensttijd werd zelfs verkort zodat hij aan de overkant van de Noordzee tegen de Engelse amateurs kon spelen. België verloor kansloos. Maar dat mocht de pret niet drukken. Die uitstapjes naar het buitenland met het nationale elftal waren een avontuur op zich. Maar dat hij tijdens de Eerste Wereldoorlog door heel Europa zou voetballen, kon hij zich op deze herfstdag nog niet bedenken.

Met ongeveer honderd andere soldaten keek hij naar de twee elftallen die het tegen elkaar zouden opnemen. Lekker rustig liggend in het duinzand. De oorlog even vergeten. Want wat een spoor van geweld was er de afgelopen door België heen getrokken. De Duitsers vielen op de vierde augustus rond Luik het land binnen en de opmars zou pas een paar kilometer van waar hij nu in het duinzand lag, worden gestuit. Bij de beruchte slag om de rivier de IJzer waren bekenden gewond geraakt en hadden vrienden de dood gevonden. Maar uiteindelijk had het leger standgehouden. Die paar vierkante kilometer land tussen het kabbelende water van de IJzer, de woeste zee en Franse grens; de Westhoek, zou de hele oorlog Belgisch blijven. Opeens werd hij aangewezen door een soldaat uit zijn compagnie.

‘Hij daar, die soldaat kan voetballen’, werd er gezegd. Een officier kwam aangewandeld en vroeg of dat waar was. ‘Een beetje’, stamelde hij terug. Hij moest op doel staan, van de officier die duidelijk niet wist wie hij voor zich had. ‘Dan kun je je handen gebruiken in plaats van je voeten’, werd er gezegd. Waar de andere 21 spelers in sporttenue een parodie op voetbal uitvoerden, bleef hij in zijn uniform de bal tegenhouden. Wellicht wat bang gemaakt door de strenge officieren was hij timide. Hij pakte een bal uit de lucht en verlegde het spel. Na een half uur kon hij het armoedige voetbal niet meer aanzien. Hij legde het leer aan zijn voet en begon met een dribbel. Hij kwam pas tot rust toen hij aan de andere kant van het veld scoorde. Om onduidelijke reden werd het doelpunt afgekeurd. Maar hij had zijn kwaliteiten laten zien.

Een luitenant riep hem bij zich. Of hij in de voorhoede kon gaan spelen. De legeraanvoerder had geld op zijn ploeg ingezet en wilde de weddenschap wel winnen. Goetinck stelde de hoge oom niet teleur. 4-0 werd het uiteindelijk en de geboren Bruggenaar was de grote held. Na de wedstrijd mocht hij mee met het winnende team en werd getrakteerd alsof het nationale kampioenschap was behaald. Voor een keer niet een soldaten- maaltijd, maar eten dat te onderscheiden was. Vooral aan de drank deed hij zich tegoed. ‘Ik kon mijn eigen logement –een klein visserhuisje – bijna niet vinden na die avond,’ zou hij ruim 28 jaar later noteren. ‘Zo diep had ik in het glas gekeken.’

Het boek dat Goetinck in 1942 schreef

Het was niet het enige wat Goetinck schreef over de Eerste Wereldoorlog. Een jaar voor zijn dood kwam er een boekje uit met de veelzeggende titel Voetbalanecdoten. In deze novelle beschrijft Goetinck zijn voetbalcarrière en vermijdt de oorlog daarin niet. Hoewel het verhaal romantisch is opgeklopt, schetst het een mooi beeld van de tijd en de rol die voetbal achter het front innam. Zijn boek is dan ook de belangrijkste bron van dit verhaal.

Achter de IJzerlinie – lente 1915

Die piotten die hij net passeerde hadden waarschijnlijk hetzelfde reisdoel. Twintig kilometer marcheren door de Westhoek om een voetbalwedstrijd te bekijken, het gebeurde steeds vaker. Overal in het laatste stukje vrije België ontstonden voetbalvelden. Het strand, weilanden en aardappelvelden kregen door de oorlog een nieuwe functie. De doelen werden geïmproviseerd, maar hielden stand. De velden hadden altijd andere afmetingen. Maar er kon gespeeld worden. Dat was het belangrijkste.

Piotten, heerlijk woord trouwens dacht hij toen hij extra gas gaf op zijn motorfiets. Piot was niet specifiek Vlaams of Waals. Wat eerst een scheldnaam voor frontsoldaat was, werd een geuzennaam om de onderlinge verbondenheid aan het front weer te geven. Later zouden de Walen en Vlamingen nog genoeg conflicten met elkaar in en rond de loopgraven krijgen. Maar nu was het vooral de samenhorigheid die werd geprezen.

Hector Goetinck

Wat mocht hij zich gelukkig prijzen dat hij op een motor mocht rijden tijdens deze ellendige oorlog. Daardoor had hij geen regiment en kon in het hele gebied invallen bij verschillende elftallen. Zo bleef hij in conditie en leerde hij vele voetballers kennen. En als hij de kicksen niet als voetballer onderbond dan deed hij het wel als scheidsrechter.

Er werd gestreden tussen regimenten onderling, maar ook tussen steden. De derby Brugge – Antwerpen stond meermaals op het programma. Het bezoeken van die derby’s was voor sommige soldaten een aardig risico. Als ze de loopgraven verlieten zonder dat hun overste op de hoogte was kon dat op fikse straffen komen te staan; tot aan het afnemen van acht dagen soldij. Maar de sfeer bleef in dat eerste jaar goed onder de soldaten. Er werd zelfs lyrisch over gesproken door buitenlandse krijgsmachten. Hij dacht daaraan toen hij nog een keer aan het gashandel draaide. Om vervolgens een nieuw hersenspinsel te ontwikkelen. Kon het zo zijn dat het moreel van de soldaten aan de IJzer zo goed bleef door het vele voetballen?

Parijs – lente 1917

Toen hij vanuit Houthem terug het Vlaamse land inreed, was hij verrukt. Koning Albert werd al op handen gedragen door bijna iedereen aan het front. Maar de mededeling die de generale staf net aan hem had gedaan, maakte van de koning een haast mythisch figuur. Achttienhonderd paar voetbalschoenen kregen de soldaten te verdelen. Het was ook de top van het Belgische leger opgevallen hoe belangrijk het voetbalspel was voor de soldaten. Dat hij speciaal als een van de eerste hiervan op de hoogte werd gesteld, verwonderde hem al niet eens meer.

Het spelletje had tijdens de oorlogsjaren om zich heen gegrepen en Goetinck had er een voorname rol in gespeeld. Hij was aanvoerder van een voetbalteam dat steeds meer bekendheid kreeg. Op zijn motorfiets reed hij heel de frontlinie af om spelers op te halen voor wedstrijden. Moesten ze dienen in de frontlinies dan werden ze vervangen door anderen. Eerst speelden ze nog tegen verschillende legeronderdelen of Britse regimenten die in de buurt waren gelegerd. Hij trok dan door de omgeving en schreef met krijt op de barakken aankondigingen voor weer een wedstrijd. Ondertussen groeide en groeide het team totdat ze haast onverslaanbaar waren. Het team bestond dan ook uit oud- internationals of spelers die zich juist na de oorlog Rode Duivel mochten noemen. Ze kregen al gauw een beruchte bijnaam: de Front Wanderers. De roem liep zover vooruit dat het buitenland riep. Een ideale kans om het oorlogsgeweld voor even te vergeten. Voetballen in rustiger gebied. Parijs was de eerste halte.

Vlag van de Front Wanderers

In april 1906 had hij zijn debuut gemaakt voor het Belgische nationale elftal in de Franse hoofdstad. Parijs ademde toen la bonne vie. Het uitgaan, de cultuur, het leven. Parijs was een avontuur op zich. Die sfeer was nu weg. De oorlog had ook hier huisgehouden. Het was behelpen in de lamgelegde stad van het licht. Dat werd er voor hem en zijn mannen niet beter op toen plotsklaps alle verloven van de Franse soldaten werden ingetrokken. Een groot gedeelte van de tegenstander stond nu onder wapenen en er was dus geen tegenstander. Pas acht dagen later zou er eventueel een wedstrijd kunnen worden gespeeld. De dienstdoende majoor die de leiding had over de Front Wanderers belde naar het front of de spelers acht dagen langer in Parijs mochten blijven. Toen hij een bevestigend antwoord kreeg, deelde hij dit mee aan de spelers en vertrok vervolgens naar Londen: de spelers alleen achterlatend.

Daar stond hij, de aanvoerder, met zijn teamgenoten in de hotellobby. Ze zaten zonder geld, zonder eten. Toch moesten ze meer dan een week overleven in die miljoenenstad. Gelukkig had zijn jarenlange tocht door het Belgische voetbalmoeras veel contacten opgeleverd en wist hij dat de oud-keeper van Beerschot Eric Thornton in Parijs woonachtig was. Hij vond zijn nummer en belde hem op waarna de oud-sluitpost zich sportief opstelde. Hij kwam naar het hotel en betaalde alle kosten voor die week. Later zouden ze alle uitgaven vergoeden, maar voor deze week waren ze gered. De eerste internationale wedstrijd van de Front Wanderers werd dankzij Thornton en de week vrijaf een succes. De Franse soldatenploeg werd met 1-4 verslagen.

Front Wanderes voor de wedstrijd tegen Frankrijk maart 1916

Milaan – juni 1917

In de derde oorlogszomer zouden de soldaten op noppen Milaan aandoen. De stad had sinds zeven jaar een voetbalband met de Belgen. In de zomer van 1910 maakten de heren Max Tobias, Roger Piérard en Louis van Hege de overstap van België naar AC Milan. Waar de eerste twee een beperkte bijdrage leverden aan de Rossoneri, groeide Van Hege uit tot een held in de Laars. Zijn roem reikte zelfs zover dat La Gazzetta Dello Sport hem uitriep tot populairste voetballer van 1915. Maar de militaire dienst riep. Een half jaar nadat Van Hege zijn laatste wedstrijd had gespeeld voor AC Milan zat hij naast Hector Goetinck op de bank van een trein terug richting zijn geliefde stad.

Goetinck had de verhalen van Van Hege met veel liefde aangehoord. Toen ze aankwamen wist hij dat ze niet gelogen waren. Ze werden als helden onthaald door de Italianen. Belgische militairen in deze uithoek van Europa waren een unicum. Als waren halfgoden werden ze in dit gedeelte van Europa behandeld. Maar er was meer; de idyllische schoonheid van het landschap en met name het Gardameer. Hij kende die fijne kleuren alleen maar van schilderijen. Die wonderlijke steden, die de eeuwen zo goed hadden doorstaan. Maar het mooiste van alles waren de dranken en spijzen. Meermaals werd er te diep in het glaasje gekeken. Bacchanalen om te genieten dat het front voor even zo ver weg was. Maar ook alcohol om hun verloren vrienden en familie voor even te vergeten.

Ze speelden hun wedstrijden daar in de Laars. Van Modena en een samenraapsel van Italianen dat als nationaal elftal moest doorgaan werd gewonnen. Alleen een wedstrijd tegen het oude team van Van Hege werd verloren. Geen schandvlek. AC Milan was op dat moment een van de beste teams op het Europese continent. Maar aan het verblijf in het paradijs van vrede kwam een einde. De oorlog riep en zou zijn laatste beslissende fase ingaan. De Duitsers zetten mosterdgas in en de Britten begonnen de derde slag om de Ieper. Maar die tijd in Italië zou hij niet vergeten, al werd hij honderd jaar.

Manchester – 22 November 1917

Hij keek nog weleens terug naar die foto genomen op die koude herfstdag. Geflankeerd door de Belgische consul en de aanvoerder van het Engelse elftal. Als die twee hoge officieren er niet op zouden staan dan zou je denken aan een gewone interland. Deze wedstrijd stond natuurlijk in het teken van de oorlog. Zoals al die wedstrijden die hij speelde met de Front Wanderers. De opbrengsten waren dit keer voor British Gifts For Belgian Soldiers.

Goetinck – tweede van rechts naast zijn Engelse collega in Manchester

In navolging van Koning Albert had deze organisatie meer dan tweeduizend ballen en evenzoveel paren schoenen aan de frontsoldaten geschonken. De wedstrijd tegen het Britse legerelftal stond niet op zichzelf. Het was een onderdeel van een grote Engelse tour waar de Belgen met een delegatie van maar liefst 35 man de oversteek waagden. Die 35 man waren ook noodzakelijk. Bijna elke dag werd er wel een wedstrijd gespeeld. Livetelevisie bestond niet en zelfs radio zat nog in de pioniersjaren. Om de Belgen te zien spelen moesten de mensen naar het stadion. Zelfs in het land waar voetbal zijn oorsprong had en waar over het continentale spel minderwaardig werd gedaan, konden de Belgische spelers op waardering rekenen. De Front Wanderers deden het dan ook niet onverdienstelijk. Van menig Brits elftal (samenraapsel van lokale profs en amateurs onder de naam van een beroemde club als Chelsea) werd gewonnen.

Natuurlijk, die teams waren ook aangevreten door de oorlog. De Eerste Wereldoorlog was immers sinds 1914 al een continentaal conflict. Maar qua ontwikkeling liepen de Britten lichtjaren voor. In de interlands voor de Eerste Wereldoorlog konden de Belgen niet eens winnen van de Engelse amateurs. Des te knapper waren deze overwinningen.

Gijverinkhove – Augustus 1918

Nog één oefenwedstrijd en dan zouden ze weer naar Engeland gaan. Hopelijk één van de laatste keren als de Front Wanderers. De oorlog duurde nu al vier jaar en de patstelling werd maar niet doorbroken. Maar wat zou het fijn zijn om gewoon te spelen als Rode Duivel in een vrij land. Het was een dagdroom die al snel bruut werd verstoord. Kamiel Baes, de broer van Dominique Baes kwam als een malle het voetbalterrein op met zijn fiets. Er moest iets goed mis zijn met Piet zoals Dominique door zijn kameraden werd genoemd.

Monument voor Baes bij het stadion van Cercle Brugge

Daar zat Goetinck dan aan het ziekbed. Hij kon zijn tranen amper bedwingen. Een schrijnend tafereel speelde zich af. Piets dikke darm was op acht plaatsen doorboord. Kleine kans dat hij het zou overleven. Piet zelf keek alleen naar de foto van zijn verloofde op het nachtkastje. Hunkerend en droevig tegelijk. Die voetbalwedstrijd die het oorlogsslachtoffer had moeten spelen was voor hem slechts bijzaak. Dat mooie meisje dat hem lief toelachte vanachter het glas was de reden dat hij naar Engeland wilde.

Ze was gevlucht voor de oorlog en aan de overkant van de plas terechtgekomen. Het fotolijstje deed Baes denken aan een België na de oorlog. Hij had een maand verlof gekregen, een maand die hij kon spenderen met zijn grote liefde in een land dat vrijheid kende. Maar het oorlogsgeweld was gruwelijker en sneller geweest dan welke mooie droom dan ook.

Goetinck nam afscheid met een ferme handdruk van zijn teamgenoot. Toen hij omkeek wist hij dat het de laatste keer was dat ze elkaar zouden zien. De Grote Oorlog zou weer een slachtoffer maken. De trip naar Engeland werd uitgesteld en de Front Wanderers verzamelden zich bij de begrafenis van Baes. Er werd al tijdens de oorlog ook geld ingezameld voor de man die zo belangrijk was voor Cercle Brugge. De begrafenis was op 27 augustus 1918. De Grote Oorlog, zoals de Vlamingen plachten te zeggen, woekerde nog ruim tweeënhalve maand voort in Europa. Baes had de eindstreep net niet gehaald.

In april 1921 werd door Front Wanderers een wedstrijd gespeeld tegen Cercle Brugge. Deze wedstrijd was onderdeel van een herinneringsdag aan Baes. Er werd een monument onthuld dat nu nog te zien is bij het Jan Breydelstadion. Op het moment dat Goetinck aan zijn speech ter nagedachtenis aan zijn oud-ploeggenoot begon, vloog er een vliegtuig over. Twee vrienden van Baes gooiden bloemen vanuit het toestel, maar even later stortte het vliegtuig neer. De twee vrienden kwamen om bij het laatste eerbewijs aan Baes. Ook hier kwamen de dood en voetbal weer samen.

Heb je een klein bedrag over voor mijn journalistieke werk?

Totaal: € -