Contact: MatthijsSnepvangers@gmail.com

Kaart

Kaart
15 maart 2018 matthijssneppie

Vroeger! Toen ik zeven of acht jaar oud was, mocht ik decoratie voor mijn nieuwe slaapkamer kiezen. Ik wees naar drie posters en dat werd mijn nieuwe behang. Een landkaart van Nederland, eentje van Europa en de aardkloot om het drieluik te voltooien. Mijn vader plakte ze met lijm op een houten plaat en de muren van mijn kinderkamer waren blanco af. Die van Nederland hing naast mijn bed. Elke avond tuurde ik weer even naar een vergeten windstreek. Het viel me op hoe ver Winterswijk van andere steden af lag. Ik zocht in Friesland tevergeefs naar het fictieve dorp Lenten uit de Kameleon-reeks. Hoeveel uren had ik wel niet gekeken naar die gekke rivier de Eems helemaal bovenaan? Ik was verslaafd aan die kaart.

Het was zo simpel en zo behapbaar. Kleine plaatsen als Hoeven, Ulft en Badhoevedorp werden met een simpel stipje aangeduid. Drachten en Etten-Leur waren al wat belangrijker en kregen een heus rood vierkant. Dan had je nog provinciehoofdsteden als Haarlem en Den Bosch. Het waren enorme roze eilanden op een witte achtergrond. Assen was op die kaart groter dan Tilburg en dat zorgde voor problemen in mijn hersenpan. Tilburg, de stad waar opa en oma woonden, was voor de dorpsjongen die ik was al immens. Assen moest dan wel een metropool zijn. Pas later kreeg ik een fascinatie voor inwoneraantallen en zag ik hoe beperkt mijn inzicht was. Voor topografietoetsen haalde ik dan wel weer een tien.

Zondag stond garant voor familiebezoek. We trokken met ons gezin door het Brabantse land. De Renault zoefde over de snelweg tussen Roosendaal en Breda, ving de gaten in onverharde paden rond Handel op of tikte netjes de dertig aan in een Veghelse woonwijk. Ingeklemd tussen mijn twee zusjes heb ik vanaf de achterbank bijna heel de provincie gezien.

Nederland – regelland. Overal was wel bewegwijzering te zien. Ik kon net lezen en nam alle plaatsnamen en kilometerverwijzingen tot me. Udenhout drie kilometer gaf de pijl op de T-splitsing aan. “Nog een paar kilometer en we zijn bij ome Ad”, schalde ik dan door de wagen. Niet wetend dat dit de afstand tot de dorpskern was. Verbaasd was ik dan ook dat na de volgende bocht de instelling waar hij woonde al verscheen. “Maar.. dat bordje zei drie.” Papa, kreeg het niet uitgelegd.

Ik keek graag in atlassen. Ze waren nog gedetailleerder dan de kaart naast mijn bed. Tuurde me suf op die rare grensverhouding tussen Baarle-Nassau en Baarle-Hertog. Zag de rivieren stromen op papier, zag hoe Nederland in eeuwen land had gewonnen op het water. Verslaafd was ik aan die kaart waar de jaartallen stonden in drooggemalen polders. Tekens van Hollands welvaren zijn soms zo simpel. In een van de boeken van Chris van Abcoude wandelt Pietje Bell  van Rotterdam naar Delft. Ik voltooide die wandeltocht met mijn vingers op papier. Toen Dik Trom het had over de enorme afstand die hij moest overbruggen om in Amsterdam te komen, wilde ik weten waar hij woonde. Pas later las ik dat het huidige Hoofddorp de plaats was waar hij zijn avonturen beleefde. In de negentiende eeuw een kleine dagmars lopen.

Als ik alleen op de trein moet wachten, kijk ik op het perron vaak naar de landkaart met treinstations. Al vijftien jaar ben ik forens en ik kan er met mijn hoofd nog steeds niet bij dat Helmond maar liefst vier stations heeft. De spoorwegstations van Amsterdam tel ik elke keer opnieuw. Nog steeds weet ik niet hoeveel het er zijn. Tien, elf? Ik ben gefascineerd door De Vink. Volgens Wikipedia ligt de ene spoorlijn van dit Station in Leiden en de andere in Voorschoten. Ik smul van dat soort trivia.

Omroep Brabant stond vroeger een keer per week aan. Voor De Wandeling met René Bastiaanse en zijn cameraman Leon werd naar het regiokanaal gezapt. Dan stond hij met zijn warrige haar, windjack en wandelschoenen uit te leggen hoe Tilburg aan zijn riolering kwam, wat de schoenindustrie in Dongen allemaal teweeg heeft gebracht en wat er allemaal gebeurde aan de randen van de rivier de Dommel. Was ik een liefhebber die in een niche was beland? Niet bepaald! Er keken wekelijks vierhonderdduizend mensen naar de  avonturen van Bastiaanse. Bizarre cijfers voor een regionale zender in een tijdperk dat on demand net zo onwaarschijnlijk was als betalen met je telefoon.

Ik begon steeds meer van Nederland te houden. Minutenlang turend over polders terwijl je door het landschap trekt. Elk gebouw van honderd jaar dat onder monumentenzorg valt. Het verschil tussen geriefbosjes en pestbosjes. Hoe ontstonden grensafbakeningen, terpen of waterlinies? Ik wilde er meer over weten.

Wikipedia kwam en ik raakte verslaafd. Zocht over elk stedelijk hofje de ontstaansgeschiedenis op, wilde alles over de Biesbosch weten en waarom was Bronkhorst met 160 inwoners wel een stad en Almere met tweehonderdduizend mensen niet. Ik kocht boeken van Martin Bril en bewonderde zijn simpele schrijfwijze. Hij trok erop uit en at overal een omelet. Nederland beschrijven aan de hand van gegeten eieren. Het is zo romantisch en een schitterend ideaalbeeld.

Ik denk nog wel eens terug aan die kaart aan mijn muur. Al die plaatsten bezoeken is een onmogelijke opgaven. Maar ik kan met mijn kleine reisgeest wel wat meer doen. Gewoon toerist in eigen land spelen. Als ik in Leeuwarden ben verder kijken dan het glas op de bar. Misschien moet ik toch een keer naar Sas van Gent, alleen al om de naam. En die half afgeschreven verhalen over Fort de Roovere, Anna van Hannover of het Koreaans museum op de hoek verdienen een einde. Misschien moet ik meer doen met mijn fascinatie voor Nederland.