Contact: MatthijsSnepvangers@gmail.com

Karkol

Karkol
27 maart 2018 matthijssneppie

Het kon de drank zijn. Ook het losse karakter van de Maastrichtenaar. Wellicht het Brabantse rumoer dat positief het Limburgse bacchanaal van alledag verstoorde. Of zat het al opgesloten in het metrum dat de stamgasten afspeelden; de groep die het ritme van alledag verstoorde was onderdeel geworden van de plaat die In de Karkol al jarenlang werd afgespeeld. In ieder geval; er was ouderwets kroeggelag.

De vallende rolluiken van de plaatselijke boetiekjes gaven met een haperend geluid aan dat de middag in de avond was overgegaan.  Maar waar begin je in een stad die je alleen kent van excursies van je middelbare school of als shopwalhalla omdat je toch in de buurt bent?

Een vriend had het antwoord. Tijdens een romantisch weekendje weg was hij ‘in het kleinste café van Maastricht’ terecht gekomen. Zo geschiedde. De plaats waar hij twee jaar geleden met zijn vriendin de prille liefde vierde, was nu het bastion voor een kleine vriendenreünie. Even de luiers, hunkeren naar een grotere leaseauto en ander leed inruilen voor een avond waar de drank en de lach centraal stonden.

De kroeg heette: In de Karkol, wat in het plaatselijk dialect staat voor zoiets als ‘in de slak’. We gingen naar binnen zoals we tien jaar geleden in Breda de kroeg instapten. De meest luidruchtige van ons gooide in één beweging zijn jas over een kruk en bestelde met zijn vingers tien bier. Het sociale gedeelte nestelde zich tussen de stamgasten die er al jaren de dienst uitmaakten. De rustige laatste colonne hield de jas aan, keek de kroeg in en maakte een onderling grapje.

De drank voldeed aan zijn nobele taak. We werden losser. Voelde ons één met de goed geklede plaatselijke elite.  We moesten ook wel. Meer dan een partij banken en een toog was er niet. Daardoor werd In de Karkol zoals een kroeg hoort te zijn. We zaten met de plaatselijke gepensioneerden lekker te keuvelen over de verkiezingen. Vanaf een barkruk hoorden we grappen waar na jaren van stofhappen weer de plumeau over was gehaald. Er waren lichte flirtbewegingen naar vrouwelijke studentes die de avances met één hoofdknikje kansloos maakten.

De rekening liep op, het rumoer zwol aan. Het bankje dat was bedoeld om het zitvlees op te vangen, werd een podium waarop werd gedanst en gezongen. Terwijl buiten de schemering overging in het duister werden de Nederlandse hits harder gedraaid. Hoewel ik ze al jaren niet had gehoord, kende ik ieder nummer van begin tot eind. Een constatering die even fascinerend was als een klap in mijn gezicht.

Toen stopte het abrupt. Alsof er een deken van onbehagen over de groep werd gegooid. Na tweeënhalf uur in de kroeg te hebben gestaan. werd het tijd voor een volgende stap. Het café ging verder met zijn gebruikelijke ritme. Nieuwe mensen, zelfde eenvoud; ouderwets kroeggelag. Wij lieten ons opslokken door de Limburgse nacht.