Selecteer een pagina

Terwijl Franco’s troepen Bilbao binnentrokken, voeren de laatste schepen de haven uit. Het Rode Kruis en de Baskische regering hadden bergen werk verzet om de kinderen op tijd te laten vluchten voor de Spaanse Burgeroorlog. Agustín Gómez Pagóla keek vanaf het schip naar het langzaam wegtrekkende Baskenland. Niet beseffende dat het bijna twintig jaar zou duren voordat hij zijn moeder en andere geliefden weer terug zou zien.

De bestemming van het schip was Odessa. Samen met vijftienhonderd andere kinderen zou hij daar onderdak vinden. Weeshuis nummer drie heette zijn nieuwe onderkomen, zoals alles in de Sovjet-Unie een nummer had of een nummer was. Gelukkig was ook in het verre Rusland de bal aanwezig. De bal was de verdere leidraad voor zijn leven; de politiek bepaalde waar die bal was.

Drie maanden na zijn aankomst in Rusland, zag hij Moskou voor het eerst. In die metropool zou hij het grootste gedeelte van zijn verdere leven wonen, werken en uiteindelijk sterven. Zijn voetbaltalent was in Odessa al opgevallen en hij mocht het team van Baskische kinderen aanvoeren bij een wedstrijd tegen Russische leeftijdgenoten. Het doel was om geld voor de burgerslachtoffers in Spanje in te zamelen. Stalin en consorten steunden immers het zittende Spaanse regime en waren dus tegen Franco.

Kannonenvoer

Hij werd die middag op het middenveld geflankeerd door zijn jeugdvrienden Jose Aguirre en Pedro Meriko. Nietszeggende namen in de geschiedenis. Een paar jaar later werden beide opgediend als kanonnenvoer in de slag om Stalingrad.

De dood van zijn vrienden. Het was het zoveelste verlies in het prille leven van Gómes. De communistische natiestaat kreeg hem in zijn macht, hij verhardde en werd een van hen.

Terwijl de Nazi’s werden teruggedrongen uit Rusland, en uiteindelijk op de puinhopen van Berlijn de Sovjetvlag werd gehesen, werkte hij in vliegtuigfabriek nummer dertig. Wederom de anonimiteit van getallen. Maar Gomez viel op tussen alle andere arbeiders. Hij speelde voor het team dat gelieerd was aan de vliegtuigfabrieken. Het had de symbolische naam ‘Vleugels van de Sovjets’. Een team in de marge.

Onderdeel machtsspel

In 1947 werd hij weggeplukt door Torpedo Moskou en zijn carrière nam een vlucht. De beminnelijke Spanjaard was binnen twee jaar aanvoerder van de club. Met het team won hij de nationale beker. De Bask werd international en geselecteerd voor het Sovjetteam dat deel zou nemen aan de Olympische Spelen van 1952. Hoewel hij het hele toernooi de bank niet zou verlaten, was hij onderdeel van een machtsspel geworden. De vijandelijkheden tussen Stalin en zijn Joegoslavische collega Tito waren begin jaren vijftig tot een hoogtepunt gekomen. De wedstrijd tussen beide landen op de Spelen was voor de leiders een ideaal moment om zich te tonen aan het mondiale publiek. Tito won het haantjesgevecht over twee wedstrijden. Gomez zag het met lede ogen aan.

De politiek zou Gómez altijd achtervolgen. Hij was voor de Spanjaarden in Rusland een van de belangrijkste aanspreekpunten. De kleine verdediger onderhield tijdens zijn carrière al contacten met gelijkgestemden in Spanje en wist dus van de hoed en de rand. Toen er in 1954 een abrupt einde kwam aan zijn voetbalcarrière leek hij van de aardbodem verdwenen. Sommige bronnen zeggen dat hij in Spanje zat om voorwerk te doen voor de Sovjetstaat. Twee jaar later mochten, dankzij bemiddeling van het Rode Kruis, de vroegere kindvluchtelingen terug naar Spanje. Gómez en zijn gezin vertrokken naar Madrid waar hij oefenwedstrijden voor Atlético mocht spelen om een contract af te dwingen.

Agustín Gómez in het shirt van Torpedo Moskou. Als een heuse aanvoerder staat hij tussen de keeper en trainer

Het bleef bij een onbeduidend potje tegen Fortuna Düsseldorf. Hij was 34, had twee jaar niet gevoetbald en zo was de laatste wedstrijd uit zijn carrière misschien wel zijn slechtste. Volgens de Russische staatspropaganda werd hij uitgefloten vanwege zijn communistische achtergrond en zochten de West-Duitse spelers hem bewust op. Gedesillusioneerd ging hij naar Baskenland waar zijn familie nog altijd woonde.

De communistische vloek die over hem was uitgesproken, bleek ook daar te werken. Mensen waren huiverig om hem in dienst te nemen. Bang gemaakt voor de ogen en oren van de Generalísimo. Uiteindelijk werd hij jeugdtrainer van de onbeduidende derdeklasser Tolosa. De verhalen van familieleden die in de gevangenissen van Franco hadden gezeten en zijn moeite met het kapitalisme, deden hem sterken in de communistische gedachten. Hij werd actief in de Baskische ‘rode’ beweging­ en probeerde de communistische­ lijn van Moskou daar op te leggen.

Intussen was hij al in het zicht van Franco’s geheime dienst gekomen. Eerst moest hij tegen zijn nieuwe kameraden getuigen. In 1961 werd hij opgepakt en veroordeeld vanwege lidmaatschap van de ­communistische partij in Spanje. De ooit zo trotse aanvoerder van Torpedo Moskou werd gemarteld in de gevangenis en zorgde voor een nieuwe barst is de toch al broze relatie tussen de Sovjet-Unie en Spanje.

Ruzie met Spaanse communisten

Die slechte verstandhouding tussen beide landen kwam ook naar voren tijdens de kwalificatiewedstrijden voor het EK van 1960. Franco wilde niet dat het Spaanse nationale team zou spelen in een land dat zijn tegenstanders had gesteund tijdens de burgeroorlog. Zo geschiedde. La Roja werd door de UEFA geschorst en de Sovjets zouden uiteindelijk de eerste Europees kampioen worden.

Door onder andere druk van de Sovjetregering werd Gómez uiteindelijk vrijgelaten, en hij week uit naar Zuid-Amerika. Daar zette hij zijn rode activiteiten voort om vervolgens in Parijs het contact met de Spaanse communisten weer op te zetten. Toen hij in 1968 de invasie van Rusland in Tsjecho-Slowakije steunde, kreeg hij ruzie met zijn Spaanse bondgenoten­. Hij ging terug naar Moskou waar hij op 16 november 1975 stierf. Vier dagen voordat Franco zijn laatste adem uitblies.