Binnen- of schutsluis

Den Haag zat tot zo’n vijftig jaar geleden met een stankprobleem. Het water in de grachten stroomde niet door waardoor uitwerpselen, afval en andere troep in de stad bleef drijven.

De grachten in de Residentie ontving nauwelijks vers water. Dit in tegenstelling tot Rotterdam, waar het water in de grachten door de Binnenmaas of door de Rotte werd ververst. Of Delft, dat gebruikmaken kon maken van het water uit Rijnland of de Schie bij het doorspoelen van de grachten. De Haagse waterwegen lagen tussen de Vliet en de duinen en ontvingen daarvandaan nauwelijks vers water.

Er moest dus een oplossing komen om die stank en troep uit de binnenstad te krijgen. Daarom werd in 1888 het Verversingskanaal aangelegd. De vaart begon bij de gasfabriek aan de Gaslaan en liep via onder andere de Houtrustweg naar Scheveningen.

Stoomgemaal
Bij de aanleg van het kanaal werd aan de Houtrustweg de Binnen- of schutsluis gebouwd. In de geest van de negentiende eeuw was het in eerste instantie een stoomgemaal. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog werd het pand omgebouwd zodat het kon worden bediend door elektromotoren en pompen.

Halverwege de jaren zeventig kwam in het Verversingskanaal, vlakbij de Willem de Zwijgerlaan, het Gemaal Schoute. Het gemaal nam de taken over van de Binnen- of schutsluis. Het pand aan de Houtrustweg bleef behouden als Rijksmonument.