De mysterieuze dood van Der Papierene

Koude januaritemperaturen hielden Wenen in de greep. Ondanks de brandende kachel, was het het koud in de slaapkamer. Om die de kou te onderdrukken duwde hij zijn scharrel Camilla Castagnola nog eens hard maar liefdevol tegen zich aan. Samen hadden ze het licht uitgedaan in zijn Weense koffiehuis. Natuurlijk was er weer alcohol bij komen kijken. Ze waren nu zo’n tien dagen samen. De gewezen topvoetballer en zijn vriendin, tot zijn volgende vriendin zich weer aandiende. De weg die ze naar huis hadden afgelegd leek abnormaal lang te duren. Hoe dichter hij bij huis kwam, hoe meer verlangen hij had naar zijn warme bed. Even de kachel nog aansteken en dan eindelijk slapen. Een slaap die uiteindelijk eeuwig zou blijken. De spits van Das Wunderteam was niet meer. Mathias Sindelar overleed in de nacht van die 23ste januari 1939.

Maart 1938 – Anschluss

Met groot materieel reden de Duitsers Wenen binnen. De Weense bevolking was uitgelopen om de nieuwe helden te onthalen. Rijendik stonden de mensen te kijken naar wat komen ging. Een enthousiasme maakte zich meester van de menigte als een kind bij de intocht van Sinterklaas. Bloemen daalden neer op Hitlers manschappen, waarvan de meeste werden vertrapt door driftig marcherende soldaten. De verlossers waren eindelijk aangekomen, Oostenrijk zou worden bevrijd van het schorem dat luisterde naar communisme en judaïsme.

De Duitsers rijden bij Schärding de grens over | Foto: Bundesarchiv Bild

Sindelar verafschuwde zijn landgenoten op dit soort momenten. Lijdzaam zag hij toe hoe joden uit hun huizen de straat op werden gesleept en met tandenborstels de straten moesten schoonmaken. Toen hij langs het station liep ontwaarde er bizarre taferelen voor zijn ogen. Jongetjes die een maand eerder nog zijn naam scandeerden op de tribunes van het stadion waar hij furore maakte, werden huilend uit treinen gesleurd. Moeders met baby’s op de arm werden geschopt, vaders werden in elkaar geslagen met een ploertendoder. Joden waren op de vlucht voor de taferelen die hun al hadden ingehaald.

Sindelar had een gevoel van onmacht. Hij wilde weg hier. Zo kende hij de stad niet die hij zo lief had. Hij had eerder de nationaalsocialistische gevoelens gezien die onder zijn landgenoten heersten. Maar nu het zo aan de oppervlakte kwam, was hij vol walging. Misschien zat het antisemitisme er bij de Weense bevolking als vanouds in. De oude burgemeester Karl Lueger werd aan het begin van de eeuw op handen gedragen. Hij voerde een sociaal beleid voor de Duitssprekende bevolking. Maar degene die het daardoor goed hadden, waren blind voor zijn xenofobie. Antisemitisme was in zijn tijd een kernwaarde in de stad. Nu dertig jaar laten manifesteerde dat zich weer aan de oppervlakte. 

Waar kwam dit in één keer vandaan? Sindelar zag tussen de plaaggeesten mensen die tweewekelijks voor hem op de tribune zaten. Die juichten als een van zijn joodse ploeggenoten scoorde. Zag hij dit niet aankomen doordat hij speelde voor een van de jodenclubs van de stad; Austria Wien? Alhoewel jodenclub. De mensen pakten alles aan om maar onderscheid te maken. Een enkel bestuurslid ging wel eens naar de synagoge. De meeste van zijn medespelers die joods werden genoemd, hadden een synagoge in hun tienerjaren voor het laatst gezien.

Sindelar (rechts) met twee ploeggenoten

De golf van opwinding die door de mensen sloop, gaf hoe gek het ook klinkt, een soort van rust. Eindelijk kon hij eens normaal over straat lopen zonder dat iedereen hem aan zijn kleren trok. Al vijftien jaar was hij Oostenrijks grootste zoon. Hij werd bejubeld door het publiek, de schrijvers in de vele Weense koffiehuisjes pakten hun mooiste pennen om hem te bewieroken. Lyrisch tekende ze wedstrijdfragmenten op. Een term als de ‘Mozart Van Het Voetbal’ was eerder een gewoonte dan een literaire uitspatting. Het meest bekend was hij onder zijn bijnaam die hij al droeg toen hij nog voor zijn oude clubje Hertha Vienna speelde: ‘De Papieren Man’.

Die bijnaam was over het hele continent bekend, vaak afgekort tot Der Papierene. Een bijnaam die zijn spel precies omschreefQua lichaamsbouw had hij alleen in Magere Hein een gelijke. Hierdoor was hij wars van fysieke duels. Zijn tegenstanders waren in vergelijking met hem decorstukken. Hij ontweek ze als een balletdanser op spitzen. Sindelar was een levende attractie. Een voetballende Wurtselprater; de befaamde Weense kermis.

Mei 1931 – Das Wunderteam

De carrière van Sindelar ging hand in hand met die van Hugo Meisl. Meisl, een geboren jood uit de Bohemen, was meer dan twintig jaar de spil van het Oostenrijkse voetbal. In de jaren twintig was hij de grondlegger van de eerste profcompetitie op het Europese vasteland. Hij bedacht verre voorlopers van de Champions League en het Europees Kampioenschap. Maar bovenal was hij het brein achter Das Wunderteam. Het eerste team van het continent dat het voetbal zo eigen had gemaakt dat het de Britten overklaste.

Wenen was in de jaren dertig een voetbalwerk. Oefenwedstrijden tegen Britse clubs trokken tienduizenden mensen. En in mei 1931 had het land eindelijk de eer om het zelf op te nemen tegen de Schotten. Iets was maar weinig voorkwam in die jaren. Voor de Europese landen voelden de Britse profs zich te goed. Meisl bereide zijn team dan ook tot in de puntjes voor op het treffen met de eilandbewoners. Hij keek de tactiek van ze af en in plaats van het symbolische kick & rush koos hij voor short passing.

Het had een effect wat zijn weerga niet kende. Onder het oog van bijna 40.000 supporters boekte de Oostenrijkers een exceptionele 5-0 overwinning. Een hard gelag voor de Schotten. Een pak slaag van Europeanen was nog nooit voorgekomen. De toon was gezet. Een week later stond voor Oostenrijk de volgende tegenstander al op het programma: buurman Duitsland. De Duitsers dachten kans te maken. Ze zagen de Oostenrijkers als koorknaapjes die het harde werk schuwden. De Duitsers daarentegen waren noeste arbeiders met het credo niet goedschiks dan maar kwaadschiks. De Duitsers kregen echter een ongelooflijk pak slaag. In Berlijn werd het maar liefst 6-0 voor de Alpenbewoners. De Duitse kranten vielen over elkaar heen van schade en schande over hun Mannschaft. Lauwerende woorden waren er ook aan het adres van de buurman. Men sprak over Das Wunderteam – een legende was geboren.

Sindelar als speler van het Oostenrijkse team

Sindelar was de onbetwiste ster van het team. De Haarlemmerolie in het Oostenrijkse voetbalmechanisme. Aan de hand van de spits reeg het team zeges aaneen. Zweden, Hongarije, Italië, alle landen die maar een beetje betekenis hadden in het internationale voetbal aan het begin van de jaren dertig werden met harde hand naar huis gestuurd. Overwinningen met meer dan vijf doelpunten verschil waren eerder regelmaat dan uitzondering.

De grootste uitdaging kwam in december 1932. Op het befaamde Stamford Bridge was het Engelse elftal de tegenstander. Het nationale elftal van de Oostenrijkers was een door en door Weens team. In de hoofdstad werd er alles aan gedaan om de mensen mee te laten genieten van het spel van ’s lands vlaggenschip. Duizenden mensen zaten in de zwembaden, bioscopen en talloze cafés te luisteren naar de radio. Ze hoorden een pijnlijke 2-0 ruststand in het voordeel van de Engelsen. Meisl stuurde zijn mannen in met de befaamde woorden: ‘Spüts uw Spüü!‘ (Speel uw spel). Een uitspraak met uitwerking. Tot drie maal toe scoorden de Oostenrijkers de aansluitingstreffer. Bij een 4-3 voorsprong voor de Engelsen miste buitenspeler Adolf Vogl nog een grote kans. De Oostenrijkers verloren, maar wonnen toch. De Engelsen waren er definitief achter dat de hegemonie van het eiland was gebroken. Het edele voetbalspel werd ook buiten het eiland op hoog niveau gespeeld.

Nog twee interlands zou Das Wunderteam samen spelen. Een niemendalletje tegen België en een uitwedstrijd in Parijs tegen Frankrijk. In die wedstrijd keepte doelman Rudolf Hidden zo goed dat Racing Club de Paris een enorm geldbedrag in het vooruitzicht stelde als de doelman in de lichtstad zou gaan keepen. Hij ging overstag en in zijn kielzog namen meerdere spelers de wijk. Het team viel uit elkaar. Gewonnen werd er nog wel (één verliespartij in veertien wedstrijden) maar de schoonheid van het spel was gestorven. Op het WK van 1934 werd een vierde plaats gehaald. De Oostenrijkers excelleerden tegen Frankrijk en Hongarije en verloren uiteindelijk in de halve finale van Italië.

Johann Mock en Matthias Sindelar

Tijdens die halve finale in Milaan merkte Sindelar voor het eerst hoever de macht van het fascisme reikte. Het hele toernooi was in opzet ter eer en glorie van Mussolini’s Italië. Het land van de laars moest het toernooi winnen om haar macht aan de wereld te tonen. Alles wees erop dat de Zweedse scheidsrechter Eklind was beïnvloed door Il Duce. Oostenrijk verloor de wedstrijd met 1-0 en ging uiteindelijk ook in de wedstrijd om de derde en vierde plaats ten onder. Mussolini liet tijdens dit toernooi zien hoe belangrijk de invloed van sport kon zijn op het nationalisme. Een vrucht waar Hitler ook maar wat graag inbeet. En dezelfde vrucht die misschien wel de dood van Sindelar inleidde.

April 1938 – Anschluss spiele

Arsenal, het beste team van de Engelse competitie in de jaren dertig, bood Sindelar 40.000 pond om zijn kunsten te vertonen in Londen. De Oostenrijker bleek onvermurwbaar, Wenen was als een drug voor hem. Een paar dagen buiten de stadsgrenzen leverde een cold turkey op. De landsgrenzen zou hij dan ook alleen verlaten voor wedstrijden met het nationale team. Hij bleef voetballen bij Austria Wien. De club die hij in het hart had gesloten. Op het eerste oog was de combinatie Sindelar en Austria Wien een vreemde. Austria Wien was midden jaren dertig de club van de bourgeoisie. De club die dreef op de sigarenrook die opsteeg vanuit de kenmerkende Weense koffiehuisjes. De club van de liberale Joodse middenklasse die politiek, kunst en ook voetbal besprak. De lieveling van de gegoede burgerij.

Een club die in schril contrast stond met Sindelars eenvoudige komaf. Sindelar kraambed stond in 1903 in Moravië (het huidige Tsjechië). Vader was een eenvoudige handwerkman die als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog doodging. Het gezin was toen al verhuisd naar Wenen. De hoofdstad van het toenmalige Oostenrijk-Hongarije. De later zo gevreesde goalgetter groeide op in het industriële noorden van de stad. Een arm gebied, waar ‘leven met de dag’ eerder een noodzakelijke last was, dan een jolige leus. Het was uiteindelijk voetbal dat Sindelar redde uit de armoede. De man die doorleerde als sleutelmaker werd de held van het land. Zijn bescheiden komaf vergat hij echter niet.

Sindelar aan het trainen

Op 10 april 1938 stond er een referendum over de Anschluss op het programma. Een volksstemming die tegenwoordig in landen als Noord-Korea en Wit-Rusland wordt gehouden. De Nazi’s en hun Oostenrijkse trawanten keken tot in het stemhokje mee of wel het juiste vakje werd ingekleurd. Uiteindelijk bleek negenennegentig procent van de Oostenrijkers voor een samensmelting met Duitsland.  

Ter viering van de macht van de democratie speelden beide landen in de week voor het referendum de zogeheten Anschluss Spiele. Het idee erachter was dat het de laatste wedstrijd was dat beide landen los van elkaar speelden. Op het Wereldkampioenschap van 1938 in Frankrijk moest de titel worden binnengehaald met een combinatie van de restanten van Das Wunderteam en Die Mannschaft. Beide landen waren de kwalificatie moeiteloos doorgekomen. Nog een keer zou Sindelar het tricot van de Oostenrijkse bond over zijn ranke schouders laten vallen. De uitslag stond van te voren als vast. Ter eer en glorie van de verzoening moest er een gelijkspel uitkomen.

Een gelijkspel daar speelde Sindelar niet voor. Dat was voor café-elftallen en ploegen die alleen aan het voorkomen van verliezen dachten. Daarnaast was Sindelar een geëngageerd sociaaldemocraat. Hij had meer dan alleen een aversie tegen het nationaalsocialisme. Hij had gezien hoe er werd omgegaan met zijn joodse vrienden de afgelopen maand. De aansluiting was niet meer terug te draaien, dat wist hij ook wel. Maar een klein teken van verzet, een waakvlammetje in de alom vertegenwoordigde duisternis, dat moest toch kunnen. Een klein baken van hoop voor de mensen die nu al te leiden hadden onder de fratsen van Hitler.

Hij miste kansen in de eerste helft. Maar hij miste met zo’n flair dat je vermoedde dat hij het expres deed. De Duitsers werden vernederd door zijn aannames, zijn voortzettingen; alleen al de basistechniek. Elke keer met een kleine grimas op zijn dunne gezicht. De tegenstander liet hij pendelen tussen onkunde en onmacht. De thee in de rust werd met de brilstand gehaald.

Na rust gooide Sindelar alle schroom van zich af. Met een schot als een stoot van een biljartkeu plaatste hij de bal in de hoek: 1-0. Zijn teamgenoot Sesta gooit extra roet in het Duitse eten door met een bekeken lob de 2-0 aan te tekenen. Sindelar vierde zijn laatste daad in het shirt van Oostenrijk uitbundig. Voor de eretribune, die was volgepropt met hoge hotemetoten van het naziregime, danste hij op de tonen van het publiek. De menigte riep en riep tot de kelen schor waren: ‘Österreich! Osterreich!

Een week later was Oostenrijk, Ostmark geworden. De meest oostelijke provincie van het derde rijk. Het voetbal in de voormalige hoofdstad werd op nationaalsocialistische leest geschoeid. De volledig Joodse club Hakoah werd meteen verboden. Zijn ploeg Austria kreeg in eerste instantie ook een voorlopig speelverbod. Later werd de club omgedoopt in Sportklub Ostmark. Door het verdwijnen van de Joodse spelers speelde de ploeg gedurende oorlogsjaren geen rol. Dit in tegenstelling tot de eeuwige rivaal, Rapid Wien, die club werd in 1941 zelfs kampioen van Duitsland.

Sindelar borg na de Anschluss Spiele zijn schoenen op. Hij wordt gevraagd om deel te nemen aan het WK, maar de Duitsers krijgen nul op rekest. Het mondiale toernooi liep voor het samengesmolten Duits-Oostenrijkse team uit op een farce. Al in de eerste ronde werd het gelegenheidsteam uitgeschakeld.

Januari 1939 – dood

Sindelar zijn knieën waren verrot. Zijn tengere lijf werd elke week door verdedigers op de korrel genomen. Een erfenis waar hij nu mee verder moest leven. Alhoewel de bondsofficials nog maandelijks voor de deur stonden, weigerde hij telkens te spelen voor een wapperend hakenkruis.

Toen een Joodse vriend en Austria-supporter zijn koffiehuis door de wetgeving van de nazi’s moest verkopen, voor een enorm laag bedrag, sloeg hij toe. Hij kocht het huisje voor een schappelijke prijs van de fan en bracht de dagen door met het serveren van koffie en alcohol.

Tot die bewuste januaridag in 1939. Een dood van een 36-jarige man die in nevelen was gehuld. De officiële politierapporten schreven de teraardebestelling toe aan een verstopte kachelpijp. Zijn vrienden bevestigden dat. Al was dat alleen maar om een staatsbegrafenis te geven aan de grootste zoon van het Oostenrijkse voetbal. Onder de nieuwe nazi-wetgeving was een staatsbegrafenis na zelfmoord verboden.

Het gerucht van zelfmoord bleef hangen in de koffiehuizen. Hij kon volgens de Weense tamtam het leven, als rasechte sociaaldemocraat, onder het nazistische juk niet meer aan. Vermoord door de nazi’s zeiden weer anderen. Kranten kopten teksten als: Moord door vergiftiging, buren klaagden over mannen op het dak die de schoorsteen kwamen ‘vegen’. De symboliek rond zijn dood ging een eigen leven leidden en de precieze oorzaak is tot op de dag van vandaag nog steeds niet vastgesteld.

Helden kunnen niet normaal sterven, zeker niet door zoiets knulligs als een verstopte afvoer. De autoriteiten sloten na twee dagen al het dossier. Drie dagen later was de begrafenis. 20.000 mensen kwamen af op het laatste eerbetoon van de man die zo was verweven met Wenen en het Weense voetbal. Het was de laatste bladzijde uit het boek van Der Papierene.

Bedrag € -