Hoe een Paraguayaanse halfgod na 32 jaar eindelijk rust vond

Voetbal is religie. Als dat credo ergens geldt, dan is het in Zuid-Amerika. O jogo bonito* als universele taal van het continent. Zoals Latijn middeleeuws Europa in haar greep had. Stadions als kathedralen, voetballers als heiligen. Dit kwam samen op 26 februari 2010. Paraguay gaf de belangrijkste zoon uit de voetbalgeschiedenis een rustplaats waar hij al 32 jaar op wachtte. Het stoffelijk overschot van Arsenio Erico werd eindelijk vanuit Argentinië naar zijn geboorteland overgebracht. In een mausoleum onder het nationale voetbalstadion kwam hij, halfgod op voetbalschoenen, eindelijk tot rust.

Erico was als groots toen hij leefde. Hij maakte de meeste doelpunten ooit in de Argentijnse Primera División. Merkwaardig genoeg had oliegigant Shell daar een rol in. Op 9 september 1932 startte de Chaco-oorlog tussen Bolivia en Paraguay. In het Andesgebergte was een decennia eerder olie gevonden en het vermoeden bestond dat in de daarnaast gelegen Chaco-vlakte ook zwart goud onder de grond zou zitten. Aangemoedigd door Shell (Paraguay) en Standard Oil (Bolivia) duelleerden beide landen politiek en militair totdat de bom definitief barstte.

Op dat moment voetbalde er een zeventienjarig talent in Paraguay. Erico had twee jaar eerder voor topclub Nacional al zijn debuut gemaakt in de competitie, maar zag door de oorlog aan zijn veelbelovende loopbaan voorlopig een einde komen. Hij kreeg een brief dat hij zich moest melden aan de gevechtslinie en een carrière als kanonnenvoer lag in het verschiet.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Arsenio Erico op de cover van El Gráfico | Foto; El Gráfico

Zover kwam het niet. Een officier zag dat Erico’s talenten niet op de slagvelden lagen. Hij werd naar het Rode Kruis gestuurd om in het elftal van de hulporganisatie te gaan spelen. Doel was om middels wedstrijden in Argentinië en Uruguay geld in te zamelen voor oorlogsslachtoffers.

Deserteur

Waar andere Paraguayaanse voetballers gedwongen tot nationale helden uitgroeiden in de oorlog, werd Erico dat op het voetbalveld. Argentinië en Uruguay waren op dat moment de toonaangevende voetbalnaties. De Rode Kruis-selectie speelde maar liefst 25 wedstrijden tegen de topclubs uit de twee landen en verloor er slechts zeven. De interesse was gewekt bij de teams in de Argentijnse competitie. In het land was men sinds een paar jaar overgegaan op professioneel voetbal en clubs zagen in spelers van het Rode Kruis-team een welkome aanvulling. Vooral de spits van het team, Erico, was een bezienswaardigheid. Nadat River Plate nog naast de diensten van Erico greep, kon Independiente de spits wel vastleggen.

Zo makkelijk zoals hierboven beschreven, ging het niet. Een luitenant die belast was met het Rode Kruis-team wilde Erico aangeven als deserteur, mocht hij het contract bij de Argentijnse club ondertekenen. Daar wist Independiente wel wat op. Er werd een fiks transferbedrag aan het Rode Kruis betaald waardoor de inzamelingstour een succes werd en Erico profvoetballer kon worden.

Erico beschaamde het vertrouwen niet en groeide uit tot een succesnummer. Hij werd meermaals topscoorder van de Primera División, twee keer landskampioen en reeg bekerwinsten aaneen. Hij werd voor zowel Paraguayanen als Argentijnen een held. De halfgod van Avellaneda (de voorstad van Buenos Aires waar Independiente ligt), zoals een van zijn bijnamen luidde, scoorde in 325 wedstrijden in totaal 295 keer.

Zijn scoringsdrift viel ook de Argentijnse voetbalbond op. Er werd gevraagd of hij tijdens het Wereldkampioenschap van 1938 voor het nationale team van Argentinië wilde uitkomen. Hij weigerde. Zelfs toen de Argentijnse bond hem een enorm geldbedrag bood. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om zijn geboorteland te verraden en bleef Paraguay trouw.

Dictators strijden om lijk

Op 25 juli 1977 kwam er een einde aan het leven van de beste speler die ooit het shirt van Paraguay had gedragen. Hij woonde op dat moment in Buenos Aires. In Argentinië zwaaide dictator Jorge Videla met de scepter, terwijl Paraguay in de persoon van Alfredo Stroessner ook een alleenheerser aan het roer had. Het stoffelijk overschot bleef in de Argentijnse hoofdstad en mocht niet terug naar het land waar Erico geboren was. Hij had te veel symbolische waarde en werd als een ware martelaar begraven.

De afstand tussen het mortuarium en de begraafplaats was maar liefst 65 kilometer. Voetbalsupporters vormden tijdens de route een massale erehaag en bewezen zo de man die bij leven als halfgod werd gezien, de laatste eer. In stadions werd zijn naam minutenlang gescandeerd.

Zowel Paraguay als Argentinië hadden een levende heilige verloren, die pas 32 jaar later echt tot rust kwam toen zijn overblijfsel werd overgedragen naar het nationale stadion van Paraguay. Alsof het zo bedoeld is, heet het stadion officieel Estadio Defensores del Chaco, als eerbetoon aan de soldaten die vochten tijdens de Chaco-oorlog.

Bedrag € -

Foto bovenaan: Arsenio Erico kopt een bal tijdens een wedstrijd tegen River Plate – 1935 | Foto: Wikipedia

*O jogo bonito – Een door Pelé populair gemaakte term om voetbal te beschrijven. In Engeland wordt een vertaling ook vaak gebruikt: The Beautiful Game.

Andere verhalen:

1879: Een Zulu-elftal uit Sheffield maakt furore in het Engelse voetbal